Dag 24 —> Sahagun (58 km)
Gisteren bezochten we nog de kathedraal van Leon en waren onder de indruk van het het licht dat uit alle hoeken door de gebrandschilderde ramen naar binnen viel. En weer waren we verbaasd door het schijnbaar ongeschonden stenen beeldhouwwerk aan de buitenkant en de houten reliëfs in het koor. Er moeten onnoemelijk veel knappe handwerkslieden aan zo’n kathedraal gewerkt hebben. Verder begin ik aan het geluid van de Spaanse kerkklokken te wennen. Eerst had ik het idee dat ze allemaal een barst hadden, maar dat primitieve geluid heeft ook iets ontroerends, iets dat die arrogante Hemony-klokken bij ons niet hebben met hun eindeloze nagalm.
Weer precies om acht uur stappen we op onze trouwe M & C. Enigszins verblind door de zon die het aflezen van de i-Phone bemoeilijkt, volgen we een paars gekleurde weg in plaats van de blauwe Jacobsroute. Het is een redelijk drukke autoweg met voldoende brede pechstroken en we vergewissen ons ervan dat het geen autosnelweg is. Het peregrinopad voor de lopers ligt pal naast de weg en we beginnen deernis te krijgen met de pelgrims die we in grote getale tegenkomen. Sommigen hebben een hond bij zich en ik vraag me af of ze ook voor hun viervoeter een credential hebben aangeschaft. Opvallend zijn de vele Japanse (dat denken we tenminste) bedevaartgangers. De vrouwen hebben vaak hun hele gezicht bedekt met een doek en zonnebril. Je wilt toch niet bruin worden!
Twee dagen geleden solexten we van het Cruz de Ferro naar beneden en stopten op een mooi plaatsje in de schaduw van bedwelmende bremstruiken en maakten een sinaasappel soldaat. Daar kwamen een vrouw en een man voorbij richting van de col. De man duwde een stevig model rolstoel voort waarop hun twee rugzakken lagen. De man vertelde dat hij zijn vrouw regelmatig in de rolstoel voortduwde vanwege haar ene gehavende been. De vrouw zei dat ze Mexicaanse was en toonde ons een Röntgenfoto van haar been waar elf stukken metaal in verwerkt zaten. Net Frida Kahlo zeiden we tegen elkaar toen ze uit het oog verdwenen waren. Dappere maar vooral opgewekte mensen.
In Mantilla de las Mulas komen we weer op de geplande route. Er is markt en wederom kopen we een grote zak kersen die we in de fietstas opbergen. Eerst maar eens een mooi plaatsje zoeken voor dat lekkers! 15 kilometer verderop vinden we dat plaatsje naast een kerkje in de schaduw nabij een kraan en een prullenbak. Ik denk dat ik wiet ruik, maar zie geen sterveling. Maar de lucht komt uit het kerkraam boven ons: het is wierook waarmee de RK kerk haar volgelingen mee bedwelmt.
Het laatste stuk is een rustige asfaltweg. Direct ernaast loopt het peregrinopad waarlangs platanen en andere bomen geplant zijn ter bescherming van de pelgrims tegen de de felle zon. De bomen staan aan de noordkant van het pad dat min of meer van oost naar west loopt wat de schaduweffectiviteit niet ten goede komt. We groeten eindeloos met Bon Camino, afgewisseld met Buen Camino en Bom Camino. Opeens komen we hele groepen electro-mountainbikers tegen die ook het voetpad gebruiken en zich middels claxon-getoeter een vrije baan verschaffen tussen de bedevaartgangers door.
We arriveren in Sahagun: een stadje met op het eerste oog weinig moois. De hostel is eenvoudig maar er is een algemene zitkamer en keuken en buiten zijn waslijnen waar we onze zojuist uitgewassen fietskleding te drogen hangen in de zon. Straks gaan we dan op zoek naar de verborgen schoonheden van dit stadje. Waarvan morgen weer acte.


Wat onaantrekkelijk om zo in een lint mensen een tocht te lopen en dan ook nog veel over asfalt. Ieder zijn meug.
Volgens mij was die wierook wel degelijk wiet. Waar zouden anders al die mooie visioenen vandaan komen? Die inspireerde destijds die knappe handwerkslieden, denk je niet?
Roos heeft vandaag t gras gemaaid dus jullie hebben alle tijd, x