Dag 19 —> Portomarin (59 km)
30 mei 2024 - Portomarin, Spanje
In de lift naar het ontbijt is het een vrolijke boel. Ca. 10 Margrieten en Joosten staan daar te lachen, bekken te trekken en te zwaaien. De oorzaak daarvan zijn de vier spiegels waarmee we omringd zijn. Helaas ontbreken lachspiegels in deze optiek.
Als we opstappen, zien we een dicht maar niet dreigend wolkendek boven ons als een dikbewold schaap dat ons de rest van de dag lommer en levenslust zal bieden. Het is weer een autoluwe en mooie weg van rolschaatskwaliteit die ons door de natuur en kleinschalig agrarisch ondernemen voert. Rechts van ons ontwaren we een eucalyptus-plantage. De kleintjes staan keurig in het gelid. In het Duits wordt zoiets een ‘Baumschule’ genoemd; toen ik dat woord voor het eerst hoorde dacht ik aan een boswachtersopleiding.
De weg stijgt en de helling is goed in de eerste versnelling te doen. Voorovergebogen lig ik te dagdromen, waarover weet ik niet meer, maar plotseling kom ik bij zinnen door een overweldigende zoete geur. Ik richt mij op en kijk om mij heen en ontwaar van alle kanten een oogverblindend geel licht, uitgestraald door bloeiende brem.
In Rende zijn we toe aan de koffie, en het moet gezegd worden: bijna alle zowel Portugese als Spaanse koffie is van hoge kwaliteit. Daar kan ons vaderland een puntje aan zuigen. En dan betaal je hier nog maar een fractie wat de Nederlandse barista’s je in rekening brengen en doorgaans krijg je er dan ook nog ongevraagd een plakje cake bij.
Dan naderen we Melide. Ook hier kijken we tegen de grote raamloze westgevels van heel lelijke flats. Die gevels zijn bekleed met een allegaartje van golfplaten. Is het blik zoals van dat klassieke Citroën-busje, is het asbest zoals bij ons vroeger op fietsenstallingen lag of is het die brandbare kunststof die in Engeland een paar jaar geleden tot een vreselijke ramp leidde? We weten het niet, maar denken dat het bescherming geeft tegen westelijke winden die gepaard gaan met stortregens. Galicië is er berucht om.
Ook Palace de Rei verwelkomt ons met dezelfde lelijkheid ondanks de mooie naam (paleis van de koning). Maar daarentegen zijn er tegen de ramen aan de straatkant sierlijk gesmede balustrades aangebracht. Zulke details brengen de mopperaar weer tot rust. Zes ruiters trekken voorbij, peregrino’s te paard. Ze hebben niet veel spullen bij zich. Waarschijnlijk een arrangement met bagagevervoer denken wij. En met hooi-vervoer oppert M.
Dan volgen 10 km langs een drukke autoweg. De zijstrook is breed genoeg voor ons, maar bij het klimmen begin je toch iets te slingeren. We zijn blij dat we op een zeker moment een zijweg in gedirigeerd worden en zijn dan op de Camino beland. Het is daar een drukte van belang, Om de honderd meter kom je een groepje pelgrims tegen. Sommigen waarschuwen ons dat we de verkeerde kant op gaan.
Bij een stenen zitbank met tafel eten we een broodje kaas. Achter ons staat een stenen kruis dat daar opgericht is in 1671. Aan de voet liggen steentjes met opschrift, foto’s van overleden dierbaren en papiertjes met wensen en wijsheden.
De laatste 25 km is een hemels geschenk. Door regelmatig te remmen kunnen we de snelheid binnen het betamelijke houden. Bij een groot stuwmeer fietsen we dan onderlangs Portomarin. Even verder is ons onderkomen voor de komende nacht. We drinken een glas bier en kunnen dan met moeite boven komen.


Die balustrades zijn schitterend. Zo ook dat bed paarse blommekes.
Maar die Jezus aan het stenen kruis is een gedrocht. Is Het wel de zoon van God? Of aangetrouwde familie?
Diderica: De politie houdt een auto aan met daarin een paar priesters. "Wij zoeken twee kinderverkrachters" zegt een agent. De priesters denken even na. Dan zegt er een: "Oké, we doen het."