Dag 27 Op stap in Burgos (0 km)
Gisteren vertelde de sleutelbeheerster van ons appartement dat het de volgende dag feest zou zijn in Burgos. Dus nemen we vandaag een snipperdag op. Ons eerste doel is de kathedraal. Vanaf een bankje bekijken we de gecompliceerde vormen: torens met weer torentjes daarop, waterspuwers met drakenkoppen en imposante toegangspoorten met eindeloze sculpturen van Maria met het kindeke Jezus, aanbeden door geknielde prelaten die bij gelegenheid hun mijter terzijde gelegd hebben. Bij de bouw moeten honderden vakmensen betrokken zijn geweest, vooral beeldhouwers en houtsnijders. Waren dat naar moderne begrippen nu ambachtslieden of kunstenaars? Met andere woorden, hoeveel artistieke vrijheid hadden ze in hun werk?
Binnengekomen verbazen we ons weer over de enorme ruimte, de vele kapellen die aan een of ander heilige gewijd zijn en aan het koor met honderd zetels voor de zangers die allemaal verschillende reliëfs in het houtwerk gesneden hebben. En dan de vraag: wie betaalde dat allemaal? Het bijzondere is bovendien dat pal naast de kathedraal later nog een kerk gebouwd werd. Dit merkwaardige verschijnsel zagen we ook al bij onze bezoeken in vorige steden. Was dat omdat die grote gebouwen in de winter niet boven het vriespunt te houden waren? Of waren er verschillende geloofsstromingen (rooms-katholiek, hervormd-katholiek en gereformeerd-katholiek)?
De schilderijen en afbeeldingen die we zien hebben grotendeels betrekking op het nieuwe testament en op de gebeurtenissen in de eeuwen daarna toen er nog echte martelaren waren. De verhalen daaromheen zijn natuurlijk een rijke bron als aanvulling op het toch vrij dunne verhaal van de evangelisten. Dus wordt St. Nicolaas afgebeeld met een groot vat waaruit drie kinderhoofdjes steken. Ja, de heilige kwam ooit in een herberg en vroeg iets te eten, maar de herbergier verontschuldigde zich en zei dat hij helaas door zijn voorraden heen was. Maar de man had voor noodgevallen nog wel iets in het zout staan. Nicolaas (het predicaat ‘Sint’ kreeg hij pas later) daalde af in de kelder en zag in een vat drie ingemaakte studenten. En in plaats van die te laten bakken door de waard, bracht Nicolaas de drie jongens weer tot leven.
En het rare is dat ik eigenlijk geen oud-testamentische voorstellingen tegengekomen ben. Misschien had ik beter moeten opletten, misschien had ik zo’n geluidsrecorder moeten gebruiken, misschien had ik betere voorstudie moeten verrichten.
Naast alle moois zagen we ook het toppunt van lelijkheid: een zilveren processie-wagen met allerlei tierelantijnen, versierde wielen, goudbestikte kleden aan de zijkanten en allemaal koorden met kwasten. Zoiets wekt dan wel weer begrip voor de beeldenstorm die uiteindelijk leidde tot de stichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Na regen komt zonneschijn want bij het verlaten van de kathedraal zien wij boven de ingang een groot schilderij van Christoforos de veerman die het kindeke Jezus naar de overkant van een brede stroom draagt. Daar waren wij al naar op zoek. Gelukkig gestemd door deze vondst treden we nu weer het volle zonlicht tegemoet.
Na een kop koffie raadplegen we het VVV om te weten wat er verder te doen is. ’Fiesta Curpillos’ horen wij en we spoeden ons naar een ander stadsdeel om op tijd te zijn. Het is niet moeilijk te vinden, aanhoudend klokkengelui wijst ons de weg en wordt op zeker moment zo penetrerend dat ik mijn gehoormachientjes in mijn broekzak stop. Onder dat oorverdovende klokgelui is een bonte stoet in aantocht. Voorop lopen Gigantillus en Gigantoner, metershoge figuren van papier-mache die populaire figuren voorstellen uit de plaatselijke historie. Daarachter tien andere reuzenfiguren zodat een en ander veel weg heeft van een carnavalsoptocht. Maar dan volgt een baldakijn, gedragen door militairen en geflankeerd door soldaten die in een semi-ganzenpas lopen op het trage processie-ritme van een stel pauken. Onder het baldakijn loopt een priester die iets onduidelijks met zich meevoert.
Een groep jongens in een soort zwarte piet tenue voert dansjes uit met castagnetten op de maat van een trommelaar die overstemd wordt door het aanhoudend gejengel van de kerkklokken zodat het een wonder is dat ze alles nog min of meer in de maat kunnen doen. Er volgt nu een echte processiekar en daarachter twintig meisjes van circa tien jaar in prinsessenjurkjes en evenzovele jongetjes in kleine maatpakken, matrozenpakje of gestoken in een blauwe blazer met een gestreken broek daaronder. Op naar de heilige communie!
Een militaire kapel speelt iets onhoorbaar, overstemd door de alsmaar doorbeierende kerkklokken. Daarachter een detachement gewapende militairen. De voorste drie dragen iets op hun rug. Ik zie bij de een een zaag, bij de anderen een houweel en een schop. ‘Dat is de genie’, leg ik M vakkundig uit, zijnde dpl. sld. 2e kl. b.d.
Tussen de bovengenoemde groepen trekken groepen priesters, monniken, operette-soldaten, academici, vaandeldragers en boeren voorbij. Iedereen die een mooi kostuum op zolder heeft hangen mag meedoen, zo lijkt het.
Moe van al dat gebeuren trekken wij huiswaarts. Om vijf uur gaat M naar de Dia voor leeftocht maar blijft lang weg. De winkels blijken vandaag gesloten te zijn wegens het feest en uiteindelijk heeft M ergens nog een paar winterwortelen en een paar blikjes bier kunnen bemachtigen. We redden ons wel. Morgenvroeg gaan we op stap, richting Belorado. Het weerbericht voorspelt koeler weer maar ook regen aan het einde van de dag. Die koelte kunnen we goed gebruiken en die regen kunnen we voor zijn door vroeg op pad te gaan


Jullie gestage vorderingen door Galicië, waar ik enkele jaren terug met Akke gewandeld heb (Caminos dos Faros, aanrader!) bracht de nodige herkenning met zich mee. En natuurlijke jullie praktische oplossingen als je weet waar je grenzen liggen. Treinen en taxi's zijn de natuurlijke vrienden van de vakantiefietser, daar kan geen e-bike tegenop. En verzeild raken op autosnelwegen hoort er ook gewoon bij. Ik blijf smullen van jullie avonturen.
In een boek over vogels (19e eeuw) met werkelijk schitterende illustraties dat ik hier thuis heb, staat bij geen van de kleurplaten vermeld wie de kunstenaars zijn; Het waren "maar" ambachtslieden en daarvan hoeven we de namen kennelijk niet te weten. Die ambachtslieden van de kathedraal moesten in ieder geval betaald worden, maar dat hield natuurlijk niet over. Vermoedelijk kreeg de Kerk voortdurend forse giften van de adel en zelf zat ze meen ik ook goed in haar slappe was? En zo'n kathedraal stond er niet in een paar jaar, men had eeuwen de tijd. De piramides zijn per slot van rekening ook neergezet, in armoedige tijden.
Deed die processiewagen een beetje denken aan onze Gouden Koets? En had die beeldenstorm niet vooral te maken met die abjecte handel in aflaten? Toch is ook de Islam streng t.a.v afbeeldingen, kennelijk gaat het om een geloofseigenaardigheid (net als die zuinige opvattingen over soorten seks en maagdelijkheid en monogamie en martelaarschap als iets nastrevenswaardigs).
Maar verdorie, jullie vielen wel met je neus in de boter zeg! Een processie met alles erop en eraan! Jammer dat als gevolg daarvan uitgebreid tafelen er weer eens bij inschoot....