Dag 23 —> Lovosice - 76 km, 107 hm
Zondagavond, de bieb
Het is zo ver. We tijgen naar de beroemde bibliotheek waarvoor we eerder op de dag al kaartjes bemachtigd hebben. Onderweg, precies om vijf voor zes, komen we weer langs het astronomische uurwerk. Het is minder druk dan gisteren en we vinden een goed plaatsje en zijn in staat het hele wonder - de parade van de twaalf dicipelen - te filmen zodat onze volgers kunnen zien dat we geen overdreven bewoordingen hebben gebezigd bij de beschrijving van dit exotische gebeuren.
Bij de bibliotheek worden we ontvangen door een knaap die ons rond zal leiden en daarbij een soort Engels bezigt zonder spaties hetgeen het voor mij totaal onverstaanbaar maakt. De excursie bestaat uit het beklimmen van de toren naast de bibliotheek waarbij onze gids op elke verdieping een verhaaltje vertelt.
Op de tweede verdieping hangen de portretten van Nicolaus Copernicus (1473-1543), van Tycho Brahe (1546-1601), van Gallileo Gallilei (1564-1642) en van Johannes Kepler (1571-1630). Copernicus is de vader van de heliocentrische gedachte - de theorie dat de zon in het midden staat waar rondom de planeten cirkelen - terwijl Brahe, Gallilei en Kepler een en ander verder uitgewerkt hebben.
Maar ik mis het portret van hun tijdgenoot Giordano Bruno (1548-1600). Bruno ging nog verder met zijn ideeën; hij stelde dat alle sterren ook zonnen waren, elk omringd door een aantal planeten. En volgens Bruno was het heelal bovendien oneindig groot.
Verder had Bruno specifieke gedachten over tal van geloofs-dogma’s en kwam zo in conflict met niet alleen de rooms-katholieke kerk maar ook met Calvijn en andere protestanten. Na vele omzwervingen door Europa keerde hij tenslotte terug naar zijn geboorteland Italië alwaar hij zich veilig waande omdat er een nieuwe paus was aangetreden met meer verlichte ideeën dan zijn voorganger. Maar Bruno had geen rekening gehouden met de sterke arm van de inquisitie en na een verhoor van zeven jaar eindigde Bruno op de brandstapel.
Eigenlijk mis ik in dit kamertje ook het portret van wijlen mijn vriend en collega Herman Kattenberg. Hij schreef onder andere “Het kleine commentaar van Copernicus” en volgens mij heeft H hier in deze bibliotheek ook zitten neuzen in de geschriften van Copernicus.
Vanuit het beschreven kamertje kunnen we een blik werpen in de bibliotheek. De zaal is zwak verlicht en we denken weemoedig terug aan ons bezoek dertig jaar geleden met onze nieuwsgierige en ronddartelende dochters. Toen was het nog geen werelderfgoed.
De excursie bestaat vervolgens uit het eindeloos trappen opklimmen naar boven, met soms iets wetenswaardigs, zoals een meetopstelling om de hoogte van de zon te meten als die op zijn hoogst staat. In ieder geval is het uitzicht bovenop de toren schitterend maar we kwamen eigenlijk voor de bieb.
Maandag, noordenwind
We kijken uit het raam en zien een stralende zon die ons doet besluiten ons zomers te kleden. Zo fietsen we de Moldau over noordwaarts richting Lovosice.
We fietsen langs een drukke weg langs de Moldau en na tien kilometer ontdekken we een veerpont zodat we onze tocht aan de rustige overkant voort kunnen zetten. En alhoewel de zon vrolijk schijnt koelen we steeds verder af door een straffe ijzige noordenwind wat ons doet besluiten onze trainingsbroeken en windjacks aan te doen.
Zo nu en dan snuiven we een vreselijke lucht in, kattenpis of bedorven vis, M weet de dader te traceren: het is de meidoorn die onhebbelijk goor stinkt. Gek, dat heb ik nooit bij ons in het dorp zo geroken bij de meidoornhaag aan de Peinjedyk. Maar volgens M heeft die rode bloemen en deze stinkers zijn wit. Enig literatuuronderzoek verschaft ons helderheid. De witte meidoorn kent twee varianten: de tweestijlige die zoet riekt en de eenstijlige die naar vis stinkt. Triethylamine zou de boosdoener zijn.
We steken weer de Moldau over en volgen nu een route die we gisteren met behulp van Pocket Earth gecomponeerd hebben. De winst t.o.v. de officiële route is 20 km en 100 hoogtemeters. Dat hebben we echter geweten. We worden in een bos gestuurd en zijn genoopt af te stappen vanwege alle losse keien. Dan gaat het pad opeens zeer steil de hoogte in. We dragen de tassen eerst naar boven, duwen dan samen Maria bergop en keren dan wederop terug om Christoffel op te halen.
De verdere tocht is uiterst gevarieerd. Een stuk langs een erg drukke verkeersweg met langsrazende camions, dan weer een rustiek weggetje door een Boheems dorpje en dan plotsklaps zijn we weer op een karrenspoor tussen de koolzaadvelden beland. Uiteindelijk kunnen we onze tocht vervolgen over redelijk en dan weer onredelijk asfalt. We rijden voorbij een groot klooster in Doksany: drie torens en een grote koepel domineren het stadje.
Dan rijden we Lovosice binnen, gelegen in wat eens Sudetenland was en waarvan alle inwoners in 1945 verdreven zijn naar Beieren en Oostenrijk. Naschokken van de oorlog.
Nu verblijven wij in Penzion Labuznik, met een omgekeerd dakje op de z. Zulke dingen kent reislogger niet. Maar het appartement is prima en nu is het tijd om alhier ons potje te gaan koken.


Die portretten van Copernicus, Brahe, Galilei en Kepler hingen vast in het zaaltje naast de bibliotheek omdat er publicaties van hun in de biblio in Praag te vinden zijn. Dat moet na te gaan zijn omdat de volledige inventaris op internet te vinden is. En dan zou er ook uitsluitsel te vinden zijn over mogelijk werk van Bruno in die verzameling. Als ik tid heb, zal ik dat nog eens nagaan.
Nu Eise Eisinga (1744 - 1828). Hij leefde ca. 250 jaar na Copernicus en het heliocentrishe model was langzamerhand gemeengoed. Er wordt sons verteld dat Eisinga zijn planetarium maakt om zijn verontruste tijdsgenoten te laten zien dat een conjuncie tussen planeten alleen maar een schijnbotsing opleverrt. Nou, Eisinga had dat ook gewoon kunnen laten zien met zijn planetarium zonder dat gecompliceerde mechaniek. Daarbij is het de vraag of de naderende conjunctie nu zoveel onrust zzaaide. De mensen hadden wel andere dingen aan hun kop in die tijd.
[vervolg op commentaar op Eise Eisinga]
Dan de vraag of Eise ook publicaties heeft geschreven die in de bieb van Praag terecht gekomen zijn. Ik zie een titel van hem:“ De Vriese Koopman, zijnde een uitreekening van alle importien . . . .”. Zolang dat niet in het Latijn vertaald is, zal het vast niet in Praag terecht gekomen zijn.
En nu we het toch over Friese wetenschappers hebben: wat te denken over Van Swinden (1746 - 1823). Hij was twee jaar jonger dan Eisinga, was een tijd lang hoogleraar in Franeker en een goede bekende van Eise. Van Swienden hielp Eise ook bij zijn rekenwerk en shreef een artikel over zijn planetarium.
Een vergeten Fries is David van Goorle (1591 - 1612), ook bekend als Gorlaeus. Van Goorle was dus een tijdgenoot van Brahe, Bruno, Galilei en Kepler. Zijn graf is te vinden in het kerkje van Cornjum. Van Goorle is de grondlegger of een van de grondleggers) van de atomistische theorie.
En vooral was hij bestrijder van de waanideeën die Aristoteles ooit duizend jaar daarvoor poneerde en die de toenmalige wetenschap in een ijzeren wurggreep hielden.