Dag 19 —> Stege (op Møn) - 78 km
20 mei 2026 - Rotterdam, Nederland
Wij nemen afscheid van onze hartelijke gastvrouw van de jeugdherberg. Ze staat erop ons in volledig fietsornaat te fotograferen; wellicht duiken we ooit op in een reclamefolder van de herberg. Het is droog, de zon wringt zich tussen de wolkenslierten door en de zwakke tegenwind stoort niet noemenswaardig. Het landschap is afwisselend, mooier dan we eerder zagen. Na een uurtje fietsen stoppen we om een hunebed te fotograferen. Ik zoek naar een begeleidend bordje en zou al blij zijn met een nummer, zoals alle Drentse en Groningse steengraven dat hebben, maar kan nix vinden.
Om 12 uur stoppen we in het stadje Praestø en drinken een grote kop filterkoffie. Het begint te regenen een we wachten tot het onheil bedaart. Verder maar weer. Weer stoppen we voor een foto: ditmaal een karakteristieke windmolen, die net als zijn Noord-Duitse collegae vanachter een rad heeft waarmee de molen zichzelf in de wind richt. Waarom heeft Nederland nooit dit systeem overgenomen vraag ik me af. Dat vergt verder onderzoek.
Het is droog. Ginds zien we de enorme boogbrug die Sealand met Møn verbindt. Het fietspad erover is gelukkig breed genoeg om gezellig het brede water over te steken zonder angst onder de wielen van een camion te geraken.
We zijn op Møn! Het eiland is beroemd om de krijtrotsen aan de andere kant. Ooit voeren we met Jenny en Paul mee op hun zelfgebouwde catamaran. Vanaf Bornholm koersten we naar Møn en zagen uren voor onze aankomst een streep die dan weer oploste en dan weer duidelijker verscheen. Het was het beroemde Møns Klint: de spierwitte krijtrotsen van Møn, beroemd vanwege hun schoonheid en berucht vanwege hun tere structuur: regelmatig vallen grote stukken naar beneden en desintegreren dan in duizenden fragmenten.
Het beeld van een kust waarvan je niet helemaal weet wat land, wat zee en wat lucht is, heeft grote indruk op mij gemaakt. Later kwam ik dat weer tegen in de latere schilderijen van Willen van Althuis, stratenmaker en later schilder uit een dorp onder de rook van Heerenveen. In museum Belvedère hangen een paar doeken van hem. Ik kan wel tien minuten staren naar zo een zeegezicht van hem waar drie elementen versmelten. Vuur ontbreekt bij hem.
We arriveren bij het Stege Nor Hotel. Het is onbemand en je kan zelf in de keuken koken. Boven ons bed hangt wederom een portret van onszelf maar nu in ons volgende leven. Tevreden koeien in een grazige weide.
De oplossing van het CC van gisteren was “3”. Drie is het gezochte gehucht en drie-in-de-pan is een gerecht bestaande uit kleine pannenkoekjes die veel krenten en rozijnen bevatten. Een recept is zeker wel te vinden op het internet. We wensen geïnteresseerde lezers succes toe met hun bakkunst en bij goed gevolg daarvan wensen wij hun bovendien nog een smakelijk eten.
Foto’s
4 Reacties
-
@nnet:20 mei 2026Wat een opmerkingsgave. Het is me in andere landen met andere molens nooit opgevallen dat er zulke slimmeriken tussen zaten. Nu de foto's nog (ik ben te vroeg, zie ik).
-
Roos:20 mei 2026Komen jullie ook weer andere leuke wereldfietsers tegen of laten die Denemarken links liggen?
-
Joost:20 mei 2026Op deze route komen we veel lange afstandsfietsers tegen. We zwaaien tegen elkaar. Denk dat er wel al mensen tussen zitten die naar de Noordkaap gaan want dan moet je half mei wel ip stap zijn hoorden we bij lezingen van de Europafietsers. Op de vorige route zagen we bijna niemand. Dit is leuker om wat medefietsers te zien. Bij regen gaan ze gewoon door. Net als wij.
-
Corinne:20 mei 2026Bikkels

